
Wat mijn leven is zonder jou: een grijze trein op weg naar de hel door een leeggeroofd landschap.
Tom dacht terug aan het voorbije jaar. Het voelde ernstig, kwalijk, onomkeerbaar. Hij had besloten nooit meer iemand serieus te nemen en dan vooral niet zichzelf. Alles was één grote nare grap.
Met deze overweging klapte hij zijn laptop dicht en bleef in gedachten. Hij vermoedde dat hij zichzelf ter verantwoording moest roepen. Als in een soort ritueel. Om zichzelf schoon te wassen. Om alle vuiligheid weg te spoelen. Om er voor te zorgen dat hij zonder opmerkbaar gemak zijn lessen had geleerd. Dat was toch wel het minste.
De telefoon ging. Een adres op het Westerdok.
Tom legde de laptop op de salontafel en kwam met een sprongetje uit de bank. Hij bleef voor de manshoge spiegel staan die aan de muur hing. Hij probeerde een glimlach. Dat zag er al weer wat gemakkelijker uit. Tom hield niet van zijn eigen lichaam. Veel te jongensachtig.
Hij trok een gemakkelijke jeans aan, een dikke trui en wat sneakers.
‘Tom?’ hoorde hij uit het donker, terwijl hij zijn fiets vastmaakte.
‘Dat ben ik,’ antwoordde Tom die op alles voorbereid was.
‘Goed dat je er bent,’ zei de stem, ‘ik heb zin om een eindje met je te rijden, als je dat goed vindt.’
‘De meter loopt gewoon door.’
‘Dat weet ik.’ De man kwam uit de schaduw en liep naar een geparkeerde auto.
Tom had geleerd geen vragen te stellen. Ongetwijfeld zat er ergens in het appartementencomplex een man of een vrouw die nergens van mocht weten. Hij liep achter de man aan en stapte in.
De man was niet erg spraakzaam. Brede handen aan het stuur en een ongeschoren vierkant kin. Tom keek uit het raam en hoopte dat de man niet ver zou rijden.
Op het industrieterrein De Houthavens stopte de auto naast een loods onder een afdak.
‘Kom mee,’ fluisterde de klant, terwijl hij een schuifdeur opentrok.
In de loods rook het muf naar stof en ouwe zooi. Tom merkte hoe de man hem vanachter ruw vastpakte bij zijn middel en met de andere hand hardhandig zijn jeans opentrok. Het brutale gebaar wond Tom op. De man ging verder en duwde de jeans naar beneden, zodat Tom met zijn blote kont naar de man toe stond.
‘Mooie kont heb je,’ hoorde Tom de man zeggen. De man greep hem steviger vast en trok hem naar achteren. Tom voelde hoe een massieve staaf tussen zijn billen werd geperst.
‘De verkrachtingsscène,’ zuchtte Tom, sloot zijn ogen en haalde diep adem om, terwijl de lul zich schurend naar binnendrong, een lange schreeuw uit te stoten die onmiddellijk door een grote sterke hand werd gesmoord.
Tom was wel wat gewend maar deze agressiviteit verraste hem. Ongenadig duwde de klant zijn stuk vlees Toms darmen in en zodra hij er helemaal in zat begon hij te beuken. Tom verloor zijn evenwicht, maar de man hield hem tegen en tilde hem op. Zo liep de klant een paar passen met Tom aan zijn spit geregen. Tom werd hardhandig tegen een tafel aangezet, stootte zijn knie en begon te spartelen. De klant gaf hem een grove pets tegen zijn achterhoofd.
‘Godverdomme!’ vloekte Tom. Deze man was sterk, te sterk. Tom zat vast tussen de tafel en de op hol geraakte klant. Hij besloot mee te geven in de hoop dat deze wip snel voorbij zou zijn.
Ineens voelde Tom iets om zijn nek. Een dik zijden lint.
‘Ook dat nog,’ dacht hij en zette zich schrap met zijn armen op het tafelblad, terwijl hij het lint snel nauwer om zijn nek voelde straktrekken. De klant begon nu nog genadelozer te neuken. Tom voelde zijn kringspier niet meer. Dat deel van zijn lichaam had het inmiddels opgegeven. Hij hoorde nog wel hoe de tafelpoten bij elke stoot over het beton krasten en hoe de man steeds harder begon te kreunen. Hij voelde in zijn nek de aderen opzwellen, zijn spieren raakten in een kramp.
‘Geen lucht meer,’ realiseerde Tom zich. Te laat. Het werd zwart.
Meer lezen?